Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
[geïntimeerde 1],
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak vordert appellante toestemming tot verkoop van een woning waarin zij mede gerechtigd is via een erfpachtrecht belast met hypotheekrecht. Appellante wil haar schulden saneren via wettelijke schuldsanering, maar wordt daarin belemmerd door haar mede-eigendom.
Het hof oordeelt in een eerder tussenarrest dat de aanwezigheid van erfpachtrecht met hypotheek geen belemmering vormt voor toelating tot schuldsanering, omdat de Faillissementswet hiervoor een regeling kent. Ten aanzien van de verdeling van de woning is nog onvoldoende informatie beschikbaar om een beslissing te nemen, waardoor een comparitie is gelast.
Na de comparitie zijn partijen een betalingsregeling overeengekomen waarbij geïntimeerde 1 een krediet aflost en ABN Amro medewerking zal verlenen aan overdracht van het aandeel van appellante. Het hof ziet echter onvoldoende reden om nu al tot verdeling over te gaan en stelt een termijn tot 1 januari 2018 om zelf tot een verdeling te komen. Indien partijen niet tot overeenstemming komen, zal het hof een verdeling gelasten of vaststellen, mogelijk inclusief verkoop van de woning.
Het hof wijst op het ontbreken van voldoende financiële informatie van geïntimeerde 1 en wijst diens verzoek af om niet tot verdeling over te gaan. Een comparitie is gelast op 10 januari 2018 om de benodigde informatie te verkrijgen en verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek om nu tot verdeling over te gaan af en stelt een termijn tot 1 januari 2018 om zelf tot verdeling te komen, met een comparitie gelast op 10 januari 2018.