ECLI:NL:GHAMS:2017:3928
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging uithuisplaatsing minderjarige bij ouder zonder gezag zonder doorplaatsing naar pleeggezin
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij zijn vader, die niet het gezag heeft, en de vraag of de minderjarige aansluitend in een therapeutisch pleeggezin moet worden geplaatst.
De minderjarige verblijft sinds maart 2016 bij de vader en diens partner, waar hij een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. De vader en zijn partner betogen dat de uithuisplaatsing beperkt moet blijven tot hun gezin vanwege de hechting en vooruitgang van het kind. De gecertificeerde instelling (GI) stelt dat de problematiek van het kind, waaronder trauma en gedragsproblemen, een therapeutisch pleeggezin noodzakelijk maakt en dat de opvoedvaardigheden van de vader en zijn partner onvoldoende zijn.
Het hof constateert dat hoewel de minderjarige zich goed ontwikkelt bij de vader en diens partner, er recent incidenten met agressie zijn geweest die de veiligheid kunnen bedreigen. De GI wil daarom de mogelijkheid behouden tot overplaatsing naar een therapeutisch pleeggezin. Echter, het hof benadrukt dat de voortdurende onzekerheid over het perspectief van de minderjarige schadelijk is en besluit daarom de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen zonder de bepaling van doorplaatsing naar een pleeggezin. Het belang van duidelijkheid voor het kind weegt zwaarder dan het risico op hernieuwde conflicten tussen ouders.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de vader wordt verlengd zonder de bepaling dat hij aansluitend in een pleeggezin moet worden geplaatst.