ECLI:NL:GHAMS:2017:3993
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wegens onvoldoende laadruimte dubbele cabine
Belanghebbende was houder van een motorrijtuig met dubbele cabine dat door de Belastingdienst werd gecontroleerd op de inrichtingseisen voor toepassing van het bestelautotarief in de motorrijtuigenbelasting (MRB). Bij controle op 5 september 2014 werd vastgesteld dat het tussenschot niet op de juiste plaats zat en de laadruimte slechts 130 cm lang was, terwijl de wettelijke eis een minimale lengte van 150 cm is.
Belanghebbende betwistte de meting en stelde dat het tussenschot naar voren was verplaatst, waardoor de laadruimte wel aan de eis voldeed. Hij voerde ook aan dat de achterruiten geblindeerd waren, waardoor de controleambtenaar de binnenkant niet goed kon beoordelen. Tevens beriep hij zich op gewekt vertrouwen omdat de RDW het voertuig als bestelauto had geregistreerd.
Het Hof oordeelde dat de controleambtenaar deskundig was en dat de meting betrouwbaar was, mede omdat de ruiten bij het achterportier niet geblindeerd waren en het tussenschot goed zichtbaar was. Het beroep op gewekt vertrouwen faalde omdat de RDW niet bevoegd is om fiscale eisen te toetsen. De naheffingsaanslag en de opgelegde verzuimboete van €1.815 werden terecht opgelegd. Belanghebbende had de verantwoordelijkheid om zich te vergewissen van de fiscale inrichtingseisen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en boete worden bevestigd.