ECLI:NL:RBSGR:2008:BH7005
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffing motorrijtuigenbelasting en matiging verzuimboete wegens onjuiste bestelautokwalificatie
Eiser was houder van een auto die volgens het kentekenregister als bestelauto was geregistreerd, maar tijdens controles bleek dat het voertuig niet voldeed aan de wettelijke eisen voor een bestelauto zoals gesteld in artikel 3 van Pro de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994. Verweerder legde een naheffingsaanslag op voor het verschil tussen het betaalde bestelautotarief en het verschuldigde personenautotarief, alsmede een verzuimboete van 100%.
Eiser stelde dat hij te goeder trouw was omdat de auto als bedrijfsauto was geregistreerd door de RDW en hij de auto als zodanig gebruikte. De rechtbank oordeelde dat eiser geen vertrouwen mocht ontlenen aan de registratie in het kentekenregister, omdat de motorrijtuigenbelasting een aangiftebelasting is waarbij de belastingplichtige verantwoordelijk is voor de juiste aangifte. Het feit dat de auto niet voldeed aan de wettelijke criteria maakte de naheffingsaanslag terecht.
Met betrekking tot de boete overwoog de rechtbank dat hoewel eiser niet volledig schuldvrij was, de verwijtbaarheid gering was. Gezien het feit dat eiser de auto uitsluitend zakelijk gebruikte en geen deskundigheid had over de relatie tussen RDW-registratie en belastingheffing, matigde de rechtbank de boete van 100% (€ 1348) naar 10% (€ 135). Het beroep werd gegrond verklaard, de naheffingsaanslag gehandhaafd en de boete verminderd.
Uitkomst: Naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting gehandhaafd en verzuimboete gematigd tot 10%.