ECLI:NL:GHAMS:2017:4124
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.J. Visser
- W.A.H. Melissen
- D.L.M.T. Dankers-Hagenaars
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende stabiele situatie
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling door de rechtbank Amsterdam. Zij betoogde dat zij te goeder trouw was ten aanzien van het ontstaan van haar schulden, waaronder een schuld aan de Sociale Dienst wegens teveel ontvangen bijstandsuitkering, een schuld aan de Belastingdienst wegens ten onrechte ontvangen kinderopvangtoeslag en een schuld aan het CJIB wegens verkeersboetes. Tevens stelde zij dat zij haar situatie onder controle had gekregen en nu werkt.
Het hof oordeelde echter dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij te goeder trouw was bij het ontstaan en het onbetaald laten van haar schulden. Zij had haar inkomsten niet tijdig doorgegeven, geen bezwaar gemaakt tegen terugvordering kinderopvangtoeslag en de aard van de verkeersboeteschuld maakte ook twijfelachtig haar goede trouw. Hoewel zij sinds kort werkt en betalingsregelingen heeft getroffen, is dit volgens het hof onvoldoende stabiel en duurzaam om aan de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling te voldoen.
Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af. Wel gaf het hof aan dat appellante in de toekomst opnieuw een verzoek kan indienen indien zij haar situatie voldoende kan stabiliseren.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af wegens onvoldoende goede trouw en onvoldoende stabiele situatie.