Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.Feiten
de vorderingen op[geïntimeerde] heeft overgenomen. Die waren in het geding in conventie aan de orde.
Gerechtshof Amsterdam
Deze civiele zaak betreft een hoger beroep in een geschil tussen B.S. Fysio B.V. (in liquidatie) en een geïntimeerde. B.S. Fysio werd failliet verklaard, waardoor het geding met betrekking tot de in reconventie ingestelde vorderingen op grond van artikel 29 Faillissementswet Pro (Fw) van rechtswege werd geschorst. Een derde partij verzocht het geding op zijn naam voort te zetten, maar het hof oordeelde dat deze partij slechts de vorderingen, niet de schulden van de failliete vennootschap had overgenomen, waardoor het verzoek niet toewijsbaar was.
Daarnaast verzocht de geïntimeerde om ontslag van instantie op grond van artikel 27 lid 2 Fw Pro, maar het hof wees dit af omdat de vorderingen betrekking hadden op voldoening uit de boedel en dus artikel 29 Fw Pro van toepassing was. De vereenvoudigde afwikkeling van het faillissement werd toegepast, waarbij geen verificatievergadering plaatsvond en de boedel insolvent werd verklaard. Hierdoor is B.S. Fysio ontbonden en kan het geding niet worden voortgezet.
Het hof besloot de zaak ambtshalve door te halen en wees de verzoeken af, zonder proceskostenveroordeling. Dit arrest bevestigt de strikte toepassing van de Faillissementswet bij lopende civiele procedures na faillissement.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot voortzetting van het geding op naam van de derde en het verzoek tot ontslag van instantie af en haalt de zaak ambtshalve door.