Uitspraak
1.AMSTERDAM PROPERTIES B.V,
LONGA BEHEER B.V.,
LA MELA B.V.,
A MATTER OF TASTE B.V.,
TERTS HOLDING B.V.,
PARA MI HOLDING B.V.,
Gerechtshof Amsterdam
Amsterdam Properties c.s. heeft in hoger beroep aangevochten dat ABN Amro terecht aanspraak maakt op een beëindigingsvergoeding van € 739.098,26 in verband met vervroegde aflossing van een hypothecaire lening. De lening betrof een bedrag van € 3.750.000,- met een rentevaste periode tot 1 april 2027, verstrekt ter financiering van de aankoop van een bedrijfspand aan de Prinsengracht 581-583 te Amsterdam.
De kern van het geschil betrof de uitleg en toepasselijkheid van artikel 5.4 van de Algemene Kredietvoorwaarden van de bank, waarin is bepaald dat vervroegde aflossing alleen met schriftelijke toestemming van de bank mogelijk is en dat in dat geval een extra rentevergoeding verschuldigd is. Amsterdam Properties c.s. voerde onder meer aan dat deze bepaling onredelijk bezwarend is, dat zij dwaling aanvoerden en dat de bank haar zorgplicht zou hebben geschonden.
Het hof oordeelde dat de lening als gewone geldlening valt onder de Algemene Kredietvoorwaarden en dat artikel 5.4 daarop van toepassing is. De stellingen van Amsterdam Properties c.s. werden verworpen, mede omdat zij deskundig waren bijgestaan en de bepaling duidelijk was. Het hof bevestigde dat bij tussentijdige beëindiging van de kredietovereenkomst een vergoeding verschuldigd is en dat de bank terecht aanspraak maakt op de beëindigingsvergoeding.
De grieven van Amsterdam Properties c.s. werden ongegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd en Amsterdam Properties c.s. werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat ABN Amro terecht aanspraak maakt op een beëindigingsvergoeding bij vervroegde aflossing van de hypothecaire lening.