ECLI:NL:GHAMS:2017:4471

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 oktober 2017
Publicatiedatum
3 november 2017
Zaaknummer
001234-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 577c SvArt. 574 SvArt. 575 SvArt. 576 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor tenuitvoerlegging lijfsdwang wegens niet-nakoming ontnemingsmaatregel

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 20 oktober 2017 besloten op een vordering van het openbaar ministerie tot verlof voor tenuitvoerlegging van lijfsdwang ex artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering. Dit naar aanleiding van een ontnemingsmaatregel die onherroepelijk was opgelegd bij arrest van 5 augustus 2011, waarbij de veroordeelde was verplicht tot betaling van €44.303 aan de Staat.

De veroordeelde heeft slechts gedeeltelijk betaald, namelijk €50 per maand tussen juni 2014 en maart 2016, waarna geen betalingen meer volgden. Pogingen om grotere bedragen ineens te voldoen zijn niet nagekomen. Sinds februari 2017 is de veroordeelde uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen en is zijn verblijfplaats onbekend. Ondanks oproepen is hij niet verschenen bij de behandeling van de vordering.

Het hof constateert dat volledig verhaal op het vermogen van de veroordeelde niet mogelijk is en dat niet aannemelijk is dat hij buiten staat is de betalingsverplichting na te komen. Gezien deze omstandigheden verleent het hof het gevraagde verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 180 dagen.

Uitkomst: Verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor 180 dagen verleend wegens niet-nakoming van ontnemingsmaatregel.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
AV-nummer: 001234-17
Parketnummer: 23-003363-10
Datum uitspraak: 20 oktober 2017
gegeven op de vordering van het openbaar ministerie van, op grond van artikel 577c, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering ingediend tegen de veroordeelde:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] [geboortedag] 1983,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

Procesgang

Dit gerechtshof heeft bij inmiddels onherroepelijk geworden arrest van 5 augustus 2011 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 44.303,--.
De advocaat-generaal heeft op 18 januari 2017 een vordering 'Verlof tenuitvoerlegging lijfsdwang' ex artikel 577c van het Wetboek van Strafvordering voor de duur van 180 dagen bij dit gerechtshof ingediend, vanwege het, na gedeeltelijke betaling, nog openstaande bedrag van € 43.203,--.
De vordering is door het hof in raadkamer op 20 oktober 2017 in het openbaar behandeld. Bij de behandeling in raadkamer is de niet-gemachtigde raadsvrouw van de veroordeelde, mr. L.M. Oldenburg, advocaat te Amsterdam, verschenen. De veroordeelde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

Beoordeling van de vordering ex artikel 577c Wetboek van Strafvordering.

De advocaat-generaal heeft in raadkamer gepersisteerd bij de vordering.
Het hof stelt vast dat de veroordeelde niet heeft voldaan aan het arrest waarbij de verplichting is opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en volledig verhaal op grond van de artikelen 574 tot en met 576 van het Wetboek van Strafvordering op diens vermogen niet mogelijk is gebleken.
Het CJIB heeft de veroordeelde schriftelijk gemaand om het bedrag van de ontnemingsmaatregel te voldoen. De veroordeelde heeft tussen juni 2014 en maart 2016 maandelijks een bedrag van € 50,-- betaald. Na 22 maart 2016 heeft het CJIB geen betalingen meer ontvangen. De veroordeelde is zijn toezeggingen om in één keer een groot bedrag (€ 10.000 of € 20.000) te betalen telkens niet nagekomen. Sinds februari 2017 is de veroordeelde uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen en is onbekend waar hij verblijft.
Nu de veroordeelde niet is verschenen, is niet aannemelijk gemaakt dat hij buiten staat is aan de betalingsverplichting te voldoen en ook overigens acht het hof dit nu niet aannemelijk.
Gelet op het bovenstaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, is het hof van oordeel dat, op grond van het bepaalde in artikel 577c, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, verlof tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang kan worden verleend.
Het hof zal, gelet op het vorenstaande, op vordering van het openbaar ministerie verlof verlenen tot de tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor de duur van 180 dagen.

Beslissing

Het hof wijst de vordering tot verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang toe en stelt
de duur van de lijfsdwangvast op
180 (honderdtachtig) dagen.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. M.M. van der Nat en mr. P.F.E. Geerlings, in tegenwoordigheid van
mr. K. Sarghandoy, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van dit gerechtshof van 20 oktober 2017.