De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor diefstal van een snorfiets. In hoger beroep vernietigt het hof dit vonnis deels en komt tot een andere bewezenverklaring. Het hof acht niet bewezen dat de diefstal door middel van braak of verbreking heeft plaatsgevonden en spreekt verdachte vrij van dat onderdeel.
De herkenning van de verdachte door verbalisanten is voldoende betrouwbaar geacht, ondanks het ontbreken van specifieke gelaatskenmerken, mede door de holistische wijze van gezichtsherkenning en aanvullende elementen zoals kleding en houding. Het hof oordeelt dat de verdachte samen met anderen de snorfiets heeft weggenomen met wederrechtelijke toe-eigening, binnen een zeer kort tijdsbestek en met nauwe samenwerking.
De straf wordt vastgesteld op een taakstraf van 30 uur werkstraf, met subsidiair 15 dagen jeugddetentie, mede gelet op eerdere veroordelingen van de verdachte. Tevens wordt de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie gelast, waarbij de vrijheidsstraf wordt vervangen door een taakstraf. Het hof verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en veroordeelt de verdachte overeenkomstig.