Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
American Depository Sharesgenoteerd.
3.Beoordeling
American Depository Sharesbehoren niet tot haar doelgroep – onrechtmatig heeft gehandeld door hen onjuist en/of onvolledig, want veel te positief, te informeren over de drie hierna in 3.2 onder (iv) vermelde onderwerpen. Als gevolg daarvan hebben die personen beleggingsbeslissingen genomen die zij bij een juiste en volledige voorstelling van zaken niet zouden hebben genomen. Toen de juiste informatie alsnog bekend werd, daalde de koers van het gewone aandeel BP. Als gevolg daarvan hebben de betreffende aandeelhouders schade geleden. De vorderingen in deze procedure strekken volgens VEB ertoe dat die schade door de aandeelhouders uiteindelijk (eenvoudiger) op BP kan worden verhaald.
PbEU2012, L 351 (hierna: Verordening 1215/2012). Bij de beantwoording van de vraag of hij rechtsmacht heeft, dient de rechter zich niet te beperken tot de stellingen van de eiser, maar moet hij ook acht slaan op de beschikbare gegevens over de werkelijk tussen partijen bestaande rechtsverhouding en op de stellingen van de gedaagde (HvJ EU 28 januari 2015, ECLI:EU:C:2015:37 (Kolassa) en HvJ EU 16 juni 2016, ECLI:EU:C:2016:449 (Universal Music)). Hieruit volgt dat die rechtsmacht niet mag worden bepaald op basis van enkel de door de eiser gekozen grondslag van zijn vordering.
PbEU2001, L 12. De rechtspraak van het Hof van Justitie over de uitleg van bepalingen uit deze laatstgenoemde verordening gelden ook voor de uitleg van de daarmee overeenstemmende bepalingen uit Verordening 1215/2012.