ECLI:NL:GHAMS:2017:4652
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen bevel tot tenuitvoerlegging vervangende jeugddetentie ongegrond verklaard
De veroordeelde was bij arrest van 16 februari 2017 veroordeeld tot een werkstraf van 40 uren, met vervangende jeugddetentie van 20 dagen bij niet-naleving. Uit de eindrapportage van de Raad voor de Kinderbescherming bleek dat de veroordeelde de taakstraf niet heeft uitgevoerd. Hij verscheen niet bij drie geplande gesprekken, waarvan de laatste op 8 augustus 2017, waarvoor hij zich pas vijf minuten vooraf via WhatsApp afmeldde vanwege een theorie-examen.
Het hof oordeelt dat de veroordeelde te veel kansen heeft laten liggen en niet tijdig de Raad op de hoogte heeft gesteld van zijn verhindering. De afwezigheid bij eerdere gesprekken zonder afmelding of met te late afmelding is ontoelaatbaar. Er zijn geen uitzonderlijke omstandigheden die het niet verschijnen rechtvaardigen.
Verder is gebleken dat de veroordeelde zijn verplichte stage-uren heeft gewerkt en het niet aannemelijk is dat het behalen van zijn diploma onmogelijk wordt door het ondergaan van de jeugddetentie. Het hof concludeert dat de veroordeelde onvoldoende gemotiveerd was en zich onvoldoende heeft ingespannen om de werkstraf te volbrengen, hetgeen hij alleen zichzelf kan verwijten.
Daarom verklaart het hof het bezwaarschrift ongegrond en zal de vervangende jeugddetentie worden uitgevoerd. De beslissing werd genomen door het hof Amsterdam op 26 oktober 2017.
Uitkomst: Het bezwaarschrift wordt ongegrond verklaard en de vervangende jeugddetentie wordt ten uitvoer gelegd.