ECLI:NL:GHAMS:2017:473

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 februari 2017
Publicatiedatum
20 februari 2017
Zaaknummer
23-002577-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 92 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990Art. 14a Wetboek van StrafrechtArt. 14b Wetboek van StrafrechtArt. 14c Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
13 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens overschrijding maximumsnelheid met 70 km/u op autosnelweg

Op 23 maart 2016 reed de verdachte op de Rijksweg A2 te Liempde, gemeente Boxtel, met een snelheid van circa 209 km/u, terwijl de toegestane maximumsnelheid 130 km/u bedroeg. Dit werd hem ten laste gelegd als een overtreding van artikel 21 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

De kantonrechter veroordeelde de verdachte in eerste aanleg tot een geldboete van €1200, subsidiair 22 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid van vier maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De verdachte ging hiertegen in hoger beroep.

Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep omdat dit slechts een aantekening betrof, en verklaarde het bewezen dat de verdachte de snelheid met meer dan 40 km/u had overschreden. De strafbaarheid werd bevestigd en de verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €1200, 22 dagen hechtenis bij gebreke van betaling, en een ontzegging van de rijbevoegdheid van vier maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Het hof achtte matiging van de geldboete niet passend gezien de ernst van de overtreding en de mogelijke gevaren voor de verkeersveiligheid. Tevens werd rekening gehouden met de persoon en draagkracht van de verdachte. De ontzegging van de rijbevoegdheid werd deels voorwaardelijk opgelegd, met inachtneming van de proeftijd en eerdere invordering van het rijbewijs.

Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 17 februari 2017.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €1200, 22 dagen hechtenis bij niet-betaling en een ontzegging van de rijbevoegdheid van vier maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk.

Uitspraak

parketnummer: 23-002577-16
datum uitspraak: 17 februari 2017
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 21 juni 2016 in de strafzaak onder parketnummer 96-064689-16 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 februari 2017.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 23 maart 2016 te Liempde, gemeente Boxtel, buiten de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto), op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg A2, welke weg als autosnelweg was aangeduid, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 209 kilometer per uur, in elk geval de toegestane maximumsnelheid van 130 kilometer per uur met meer dan 40 kilometer per uur heeft overschreden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 23 maart 2016 te Liempde, gemeente Boxtel, buiten de bebouwde kom, als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto), op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg A2, welke weg als autosnelweg was aangeduid, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 209 kilometer per uur, in elk geval de toegestane maximumsnelheid van 130 kilometer per uur met meer dan 40 kilometer per uur heeft overschreden.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
overtreding van het bepaalde bij artikel 21, aanhef en onder a van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De kantonrechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete van 1200,- euro, subsidiair 22 dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straffen als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft de toegestane maximumsnelheid met ruim 70 kilometer per uur overschreden. Feiten als het onderhavige kunnen de verkeersveiligheid ernstig in gevaar brengen.
Het hof acht matiging van de geldboete, zoals verzocht door de verdachte, gelet op de ernst van het feit en de straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd niet passend.
Het hof acht, alles afwegende, een geldboete en een deels voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden hoogte danwel duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 21 en 92 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 1.200,00 (duizend tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
22 (tweeëntwintig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de
geldboetemag worden voldaan in
12 (twaalf) termijnenvan
1 maand, elke termijn groot
€ 100,00 (honderd euro).
Ontzegt de verdachte de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
4 (vier) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot
2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van Pro die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.A. Schimmel, mr. M.J.A. Duker en mr. C. Laukens in tegenwoordigheid van mr. A.S. Metgod, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 februari 2017.
mr. C. Laukens is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.