ECLI:NL:GHAMS:2017:4732
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek ex artikel 89 Sv wegens onjuiste vertegenwoordiging en ontbreken vrijheidsbeperking
Appellante diende een verzoek in op grond van artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van schade die zij zou hebben geleden door de ondergane verzekering in een strafzaak. De schade bestond uit kosten voor verblijf op het politiebureau, reiskosten en hotelkosten.
De rechtbank Noord-Holland wees het verzoek af omdat de strafzaak was geseponeerd vanwege de geringe aard en omvang, en niet onomstotelijk vaststond dat bij vervolging geen straf zou zijn opgelegd. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze afwijzing.
Het hof stelde vast dat het verzoekschrift niet door appellante zelf was ondertekend en dat vertegenwoordiging door een advocaat bij verzoeken op grond van artikel 89 Sv Pro niet is toegestaan. Bovendien was appellante niet in verzekering gesteld, niet klinisch geobserveerd en niet in voorlopige hechtenis geweest, zodat geen sprake was van een vrijheidsbeperking die schadevergoeding rechtvaardigt.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en verklaarde appellante niet-ontvankelijk in haar verzoek. Het hoger beroep werd daarmee ongegrond verklaard.
Uitkomst: Appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek ex artikel 89 Sv wegens onjuiste vertegenwoordiging en ontbreken van vrijheidsbeperking.