Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant sub 1] ,
[appellante sub 2],
Gerechtshof Amsterdam
Appellanten waren vennoten van een financieel adviesbureau en hadden diverse kredietovereenkomsten met ABN AMRO, waaronder hypothecaire leningen en een rekening-courantkrediet. Door financiële problemen ontstond een overstand op de rekening-courant, waarop ABN AMRO de kredietrelatie overbracht naar haar afdeling Financial Restructuring en diverse maatregelen trof, waaronder het gedogen van een overstand en aanpassing van hypotheekvoorwaarden.
Ondanks meerdere waarschuwingen en pogingen tot herstructurering, bleven appellanten hun financiële verplichtingen niet nakomen. ABN AMRO zegde daarom de kredietfaciliteit op met een termijn van drie maanden. Appellanten stelden dat deze opzegging onaanvaardbaar was en dat de bank haar zorgplicht had geschonden door geen herfinanciering toe te staan.
Het hof oordeelde dat de opzegging niet onaanvaardbaar was gezien de langdurige financiële problemen en het feit dat ABN AMRO rekening hield met appellanten door een afwachtende houding aan te nemen gedurende drie maanden. De zorgplicht van de bank ging niet zover dat zij verplicht was tot herfinanciering. De grieven van appellanten werden verworpen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat de opzegging van de kredietfaciliteit door ABN AMRO niet onaanvaardbaar was en dat de bank haar zorgplicht niet heeft geschonden.