ECLI:NL:GHAMS:2017:4916
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis vernieling en mishandeling na bewijsverweer in hoger beroep
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter van 20 februari 2017. De verdachte werd verdacht van vernieling en mishandeling. Tijdens de behandeling in hoger beroep voerde de raadsman van de verdachte een bewijsverweer aan waarbij werd betoogd dat er onvoldoende steunbewijs was voor de aangifte van mishandeling, mede omdat een getuige geen klap had zien geven.
Het hof heeft dit bewijsverweer onderzocht en geoordeeld dat het niet als een zogenoemd 'Meer- en Vaart verweer' kan worden aangemerkt. Het hof vond dat het bewijs dat in eerste aanleg was gebruikt voldoende was om het vonnis te handhaven. De vordering van de advocaat-generaal tot oplegging van een taakstraf van 20 uur, subsidiair 10 dagen hechtenis, werd in stand gelaten.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 28 november 2017. Eén van de rechters was niet in staat het arrest mede te ondertekenen. Het vonnis van de politierechter werd bevestigd, waarbij het hof artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht toevoegde aan de aan te halen wetsartikelen.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de politierechter en veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 20 uur, subsidiair 10 dagen hechtenis.