Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de vrouwis het volgende gebleken.
de manis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen, voormalige partners met een minderjarig kind, voeren hoger beroep tegen een beschikking die de kinderbijdrage van de man op nihil stelde vanaf 1 januari 2013. De man verloor zijn baan door het faillissement van zijn werkgever en stopte met betalen. Het hof beoordeelt de behoefte van het kind en de draagkracht van partijen.
De vrouw ontvangt een Wajong-uitkering en heeft schulden, terwijl de man na zijn ontslag een lager inkomen heeft dan voorheen. Het hof acht het inkomensverlies van de man niet verwijtbaar en niet voor herstel vatbaar vanwege zijn beperkte opleiding en de economische situatie in de bouwsector.
Het hof stelt vast dat partijen vermoedelijk een tijdelijke afspraak hadden om de bijdrage te stoppen, maar dat deze niet voor onbepaalde tijd gold. Daarom wordt de bijdrage nihil gesteld van 1 januari 2013 tot 24 juni 2015 en vanaf die datum vastgesteld op €46 per maand, passend bij de draagkracht van de man en de behoefte van het kind.
De beschikking van het hof Leeuwarden wordt op dit punt gewijzigd, terwijl de rest van de bestreden beschikking wordt bekrachtigd. De bijdrage is direct uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kinderbijdrage van de man wordt vastgesteld op €46 per maand vanaf 24 juni 2015 en nihil gesteld voor de periode daarvoor.