ECLI:NL:GHAMS:2017:4990
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezag vrouw over minderjarige niet gerechtvaardigd; hoofdverblijfplaats en omgangsregeling bekrachtigd
De zaak betreft een geschil over het ouderlijk gezag, hoofdverblijfplaats en omgangsregeling van een minderjarige, geboren in 2011 uit een verbroken relatie tussen de vrouw en de man. Diverse eerdere voorzieningenrechterlijke uitspraken en schriftelijke aanwijzingen van de gezinsvoogd hebben betrekking op de zorgregeling en omgang, waarbij de vrouw herhaaldelijk de zorgregeling niet volledig naleefde en de communicatie tussen partijen moeizaam verliep.
De raad voor de kinderbescherming adviseerde beëindiging van het gezag van de vrouw en wijziging van de hoofdverblijfplaats naar de man. De vrouw betwistte dit en verzocht het gezag te handhaven en het hoofdverblijf bij haar te laten. Het hof oordeelt dat hoewel de vrouw voldoende opvoedingsvaardigheden bezit, zij onvoldoende inzicht toont in de emotionele behoeften van het kind en de omgang met de vader belemmert. De strijd tussen ouders en het verzet van de vrouw zijn schadelijk voor de ontwikkeling van het kind.
Desondanks is het hof van oordeel dat de wettelijke gronden voor beëindiging van het gezag niet zijn vervuld, omdat de vrouw in staat is de verzorging en opvoeding te dragen binnen een aanvaardbare termijn en geen sprake is van misbruik van gezag in de zin van ernstige bedreiging zoals mishandeling of onthouden van onderwijs. Het hof vernietigt daarom de beschikking die het gezag beëindigt, bekrachtigt de hoofdverblijfplaats bij de man en de omgangsregeling waarbij het kind om het weekend bij de vrouw verblijft. Tevens wordt het belang van verbeterde communicatie tussen ouders benadrukt.
Uitkomst: Het gezag van de vrouw wordt niet beëindigd, de hoofdverblijfplaats bij de man en de omgangsregeling worden bekrachtigd.