Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
CEES EN CO,
Gerechtshof Amsterdam
Appellant en Webpoort sloten op 8 oktober 2008 een overeenkomst waarbij Webpoort een website zou ontwerpen voor €14.607,25 inclusief btw. Appellant betaalde tot dan toe €10.225,08, maar zegde op 21 juni 2010 de opdracht op wegens tekortkomingen en verzocht om restitutie. De kantonrechter ontbond de overeenkomst en wees de schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn vordering gebaseerd was op de ongedaanmakingsverbintenis voortvloeiend uit de ontbinding. Webpoort voerde tegen dat zij recht had op betaling van de waarde van haar geleverde prestatie, begroot op €16.170 exclusief btw, en stelde een tegenvordering in, die zij later introk. Het hof oordeelde dat de overeenkomst ontbonden is en dat appellant recht heeft op terugbetaling van de betaalde termijnen.
Het hof verwierp het incidentele appel van Webpoort wegens niet-ontvankelijkheid en onvoldoende bewijs voor haar waardeberekening. Het eindvonnis werd vernietigd voor zover het de vordering van appellant afwees en in plaats daarvan veroordeelde het hof Webpoort tot betaling van €10.225,08 met wettelijke rente en in de proceskosten van beide hoger beroepen.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van appellant tot betaling van €10.225,08 toe en verklaart Webpoort niet-ontvankelijk in haar incidentele hoger beroep.