ECLI:NL:GHAMS:2017:5325
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlof tot tenuitvoerlegging van Engelse arbitrale vonnissen en bevoegdheidsvraag in hoger beroep
In deze zaak staat de bevoegdheid van het Gerechtshof Amsterdam centraal om verlof te verlenen tot tenuitvoerlegging van arbitrale vonnissen tussen Fincantieri S.p.A. en Serena Equity Limited. Serena had bij het hof een verzoekschrift ingediend tot tenuitvoerlegging van arbitrale vonnissen, dat aanvankelijk door de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam werd behandeld en waarbij verlof werd verleend onder de voorwaarde van zekerheidstelling.
Fincantieri kwam hiertegen in hoger beroep bij het hof, stellende dat de voorzieningenrechter niet bevoegd was en dat het hof wel bevoegd is als eerste rechterlijke instantie. Serena voerde aan dat Fincantieri niet-ontvankelijk was wegens het niet aanvechten van de verwijzingsbeslissing en de beschikking tot verlof. Het hof oordeelde dat sinds 1 januari 2015 de regeling voor tenuitvoerlegging van arbitrale vonnissen dwingend voorschrijft dat het hof als feitelijke instantie bevoegd is, waardoor de behandeling door de voorzieningenrechter onterecht was.
Het hof wees het incidentele verzoek van Serena af, verklaarde het hoger beroep ontvankelijk en bepaalde dat de procedure inhoudelijk bij het hof zal worden voortgezet. De zaak wordt voortgezet met een mondelinge behandeling in de hoofdzaak, waarbij verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het hof wijst het incidentele verzoek van Serena af en bevestigt haar eigen bevoegdheid tot behandeling van het hoger beroep.