ECLI:NL:GHAMS:2017:5375
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wederspannigheid met lichamelijk letsel tegen politieambtenaren
Op 28 februari 2016 kocht de verdachte nep-cocaïne in Amsterdam en werd door een in burger geklede politieagent (slachtoffer 2) betrapt. De agent maakte zich kenbaar, vroeg legitimatie en probeerde de verdachte aan te houden. De verdachte weigerde mee te werken, maakte een slaande beweging richting de agent en rukte zich los uit de greep van een tweede agent (slachtoffer 1), waarbij deze knie letsel opliep.
De verdediging voerde aan dat de verdachte niet wist dat het om politie ging en dat de handelingen uit zelfverdediging en paniek voortkwamen. Het hof verwierp deze verweren, oordeelde dat de politie zich voldoende kenbaar maakte en dat de inzet van pepperspray proportioneel was. Het letsel van slachtoffer 1 werd redelijkerwijs aan de verdachte toegerekend.
Hoewel het hof de feiten bewezen achtte en strafbaarheid bevestigde, werd geen straf opgelegd. De verdachte had een mediationtraject afgerond en schadevergoeding betaald. Tevens was hij niet eerder veroordeeld en betrof het een eenmalig incident. De vordering tot schadevergoeding van slachtoffer 1 werd afgewezen wegens betaling van een vastgestelde schadevergoeding.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter, verklaarde de verdachte schuldig aan wederspannigheid met lichamelijk letsel, sprak hem vrij van overige tenlasteleggingen en legde geen straf of maatregel op.
Uitkomst: Verdachte schuldig bevonden aan wederspannigheid met letsel, maar geen straf opgelegd vanwege mediation en eerdere onbestrafte status.