ECLI:NL:GHAMS:2017:5609
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.D. van Heffen
- A.M.P. Geelhoed
- R.C.P. Haentjens
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken nauwe samenwerking bij niet verstrekken gegevens uitkeringsfraude
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het niet tijdig verstrekken van gegevens aan de Dienst Werk en Inkomen, wat zou hebben geleid tot een onterechte uitkering. De tenlastelegging betrof het gezamenlijk en in vereniging handelen met een medeverdachte die een uitkering ontving zonder dit te melden.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een gewijzigde Aanwijzing sociale zekerheidsfraude, maar het hof oordeelde dat de vervolging geoorloofd was omdat de verdachte vóór de wijziging was verhoord en het nadeel boven de drempel van €10.000 lag.
Het hof stelde vast dat verdachte ontkende kennis te hebben gehad van de uitkering van de medeverdachte. Zelfs als sprake was van wetenschap, was er geen bewijs van nauwe en bewuste samenwerking gericht op het plegen van het strafbare feit. Er was geen actieve of wezenlijke bijdrage van verdachte vastgesteld. Daarom sprak het hof verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen bij niet verstrekken van gegevens.