ECLI:NL:GHAMS:2017:5614
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M.P. Geelhoed
- R.D. van Heffen
- R.C.P. Haentjens
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van opzettelijke schending inlichtingenplicht bij uitkeringsfraude
De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk niet tijdig verstrekken van gegevens aan de Dienst Werk en Inkomen, in strijd met artikel 17 van Pro de Wet werk en bijstand.
Het hof heeft het dossier en de stukken, waaronder een hypotheekakte en het inlichtingenformulier, onderzocht. Uit het dossier bleek niet dat verdachte bewust onjuiste informatie heeft verstrekt of op de hoogte was van zijn inlichtingenplicht. Er was geen bewijs dat hij wist van het bezit van onroerend goed in het buitenland dat relevant was voor de uitkering.
De advocaat-generaal had een taakstraf van 230 uur gevorderd, maar het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte de plicht tot gegevensverstrekking opzettelijk heeft geschonden. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzettelijke schending van de inlichtingenplicht.