De veroordeelde werd door de politierechter veroordeeld voor meervoudige diefstal waarbij hij zich toegang verschafte met een valse sleutel. Tevens werd hij verplicht tot betaling van €1.528,00 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De veroordeelde stelde hoger beroep in tegen deze vonnissen.
In hoger beroep heeft het gerechtshof het vonnis van de politierechter vernietigd en tot een hogere schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel besloten, namelijk €3.054,98. Het hof oordeelde dat niet was gebleken dat de veroordeelde de aan het slachtoffer toegekende schadevergoeding had voldaan, zodat dit bedrag niet in mindering kon worden gebracht. Hoewel de ING Bank een deel van de schade aan het slachtoffer vergoedde, beïnvloedde dit niet het wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde.
Het hof wees het verzoek van de raadsman af om de veroordeelde niet-ontvankelijk te verklaren in hoger beroep, omdat er een rechtens relevant belang was bij behandeling van de zaak. Uiteindelijk legde het hof de veroordeelde de verplichting op tot betaling van €3.054,98 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.