ECLI:NL:GHAMS:2017:5667
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens ernstige tekortkomingen
Appellant ging in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland dat zijn schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigde wegens onvoldoende medewerking. Hij stelde dat zijn tekortkomingen niet ernstig genoeg waren en dat hij sinds april 2017 consequent had gesolliciteerd, mede ondanks PTSS-klachten.
De bewindvoerder stelde dat appellant vanaf september 2015 onvoldoende had gesolliciteerd, niet tijdig informatie verstrekte, en dat hij na een tijdelijke vrijstelling van sollicitatieverplichtingen geen nieuwe vrijstelling had aangevraagd. Diverse documenten, zoals loonstroken en informatie over nalatenschap, ontbraken.
Het hof oordeelde dat appellant ernstig tekortgeschoten is in meerdere verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling, waaronder informatieverstrekking en sollicitatieplicht. Hoewel appellant PTSS-klachten aanvoerde, was daarvan onvoldoende onderbouwing. De tekortkomingen zijn hem verwijtbaar en vormen een gebrek aan medewerking dat tussentijdse beëindiging rechtvaardigt. Verlenging van de regeling wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens ernstige en verwijtbare tekortkomingen.