ECLI:NL:GHAMS:2017:767

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
28 februari 2017
Publicatiedatum
10 maart 2017
Zaaknummer
200.190.966/01 OK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:349a lid 2 BWArt. 2:350 lid 1 BWArt. 2:357 lid 4 BWArt. 2.1 lid 4 WNTArt. 2.2 WNT
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging enquêteonderzoek en vaststelling beloning voorzitter raad van toezicht De Gelderhorst

De Ondernemingskamer Amsterdam heeft op 28 februari 2017 besloten het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Stichting De Gelderhorst, dat was bevolen bij beschikking van 4 juli 2016, te beëindigen. Dit besluit volgt op een verzoek van De Gelderhorst, mede namens de ondernemingsraad en cliëntenraad, mede omdat de bestuurlijke rust was hersteld en belangrijke besluiten waren genomen of voorbereid. Tevens was het verscherpte toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd opgeheven.

Daarnaast behandelde de Ondernemingskamer een verzoek tot vaststelling van de beloning van de voorzitter van de raad van toezicht, de heer Rijsdijk, over de periode van 4 juli tot en met 31 december 2016. De Ondernemingskamer oordeelde dat, gelet op het bijzondere karakter van de functie en de Wet normering topinkomens (WNT), een beloning binnen het maximum van €24.000 per maand passend is. De gevraagde vergoeding van €17.675 exclusief btw werd als redelijk en toereikend beoordeeld.

De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken. Hiermee komt een einde aan het onderzoek en de onmiddellijke voorzieningen die waren getroffen om de bestuurlijke situatie bij De Gelderhorst te stabiliseren.

Uitkomst: Het onderzoek en de onmiddellijke voorzieningen worden per 1 maart 2017 beëindigd en de beloning van de voorzitter van de raad van toezicht vastgesteld op €17.675 exclusief btw.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.190.966/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 28 februari 2017
inzake
de stichting
STICHTING DE GELDERHORST LANDELIJK CENTRUM VOOR OUDERE DOVEN
(vertegenwoordigd door haar raad van toezicht),
gevestigd te Ede,
VERZOEKSTER,
advocaat: (voorheen mr. M. Beijneveld, kantoorhoudende te Rotterdam, thans:)
mr. H. Frijlink, kantoorhoudende te Arnhem,
t e g e n
de stichting
STICHTING DE GELDERHORST LANDELIJK CENTRUM VOOR OUDERE DOVEN
(vertegenwoordigd door haar bestuurder),
gevestigd te Ede,
VERWEERSTER,
advocaat: (voorheen mr. A. Lettenga en mr. R.J. Sark, kantoorhoudende te Arnhem, thans:)
mr. H. Frijlink, kantoorhoudende te Arnhem,
e n t e g e n
DE ONDERNEMINGSRAAD VAN STICHTING DE GELDERHORST LANDELIJK CENTRUM VOOR OUDERE DOVEN,
DE CLIËNTENRAAD VAN STICHTING DE GELDERHORST LANDELIJK CENTRUM VOOR OUDERE DOVEN,
beide gevestigd te Ede,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: (voorheen mr. A. Joosten, kantoorhoudende te Utrecht, thans:)
mr. H. Frijlink, kantoorhoudende te Arnhem,
e n t e g e n

3 de publiekrechtelijke rechtspersoon

STAAT DER NEDERLANDEN, MINISTERIE VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT, DE INSPECTIE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG,
gevestigd te Den Haag,
BELANGHEBBENDE,
advocaten:
mr. J.W. Andringaen
mr. F.Q.M. de Rotte, beiden kantoorhoudende te Den Haag.

1.Het verloop van het geding

1.1
Hieronder zullen partijen als volgt worden aangeduid:
  • verzoekster en verweerster als De Gelderhorst;
  • belanghebbende sub 3 als IGZ.
1.2
Bij de beschikking van 4 juli 2016 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van De Gelderhorst over de periode vanaf 1 oktober 2014, alsmede bij wijze van onmiddellijke voorziening voor de duur van het geding [A] (hierna: [A] ) als lid en voorzitter van de raad van toezicht van De Gelderhorst geschorst, drs. J.P. Rijsdijk (hierna: Rijsdijk) tot voorzitter van de raad van toezicht van De Gelderhorst met beslissende stem binnen de raad van toezicht benoemd, mr. C.M Insinger (hierna: Insinger) tot zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd bestuurder van De Gelderhorst met beslissende stem benoemd, en bepaald dat – in afwijking van de statuten – [B] (hierna: [B] ) als bestuurder slechts gezamenlijk met de door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder vertegenwoordigingsbevoegd is.
1.3
Bij verzoekschrift (met producties) ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 30 januari 2017 heeft mr. Frijlink namens De Gelderhorst (namens haar voltallige bestuur en raad van toezicht) en mede namens de ondernemingsraad en de cliëntenraad verzocht om het bevolen onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen per 1 maart 2017 te beëindigen (hierna: het beëindigingsverzoek). In een als productie bij het verzoekschrift overgelegde brief van 12 januari 2017 heeft drs. C.G. de Kok MHA namens IGZ laten weten in te stemmen met het toen nog in te dienen - beëindigingsverzoek.
1.4
Gelet daarop heeft de secretaris van de Ondernemingskamer bij brief van 3 februari 2017 uitsluitend nog [A] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het beëindigingsverzoek. Bij e-mail van 9 februari 2017 aan de Ondernemingskamer heeft [A] ingestemd met het beëindigingsverzoek.
1.5
Bij brief van 16 februari 2017, ingekomen per e-mail op 17 februari 2017, heeft Insinger namens De Gelderhorst verzocht om aan Rijsdijk op de voet van artikel 2:357 lid 4 BW Pro een beloning ten laste van De Gelderhorst toe te kennen van € 17.675 (exclusief btw) over de periode tot en met 31 december 2016 (hierna: het bezoldigingsverzoek).
1.6
Bij brief van 17 februari 2017 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het bezoldigingsverzoek.
1.7
In een aan de Ondernemingskamer doorgestuurde e-mail van 20 februari 2017 hebben de voorzitters van de ondernemingsraad en cliëntenraad aan Insinger meegedeeld dat Rijsdijk belangrijk werk voor De Gelderhorst heeft verricht en dat de door Rijsdijk aan De Gelderhorst bestede uren moeten worden vergoed.
1.8
Bij brief van 22 februari 2017 heeft mr. Frijlink zich namens De Gelderhorst ten aanzien van het bezoldigingsverzoek gerefereerd aan het oordeel van de Ondernemingskamer en opgemerkt dat van Rijsdijk een bijzondere tijdsbesteding is gevraagd in een situatie waarin het toezicht complexer was dan gebruikelijk.

2.De gronden van de beslissing

2.1
Aan het beëindigingsverzoek ligt ten grondslag dat de getroffen onmiddellijke voorzieningen een oplossing hebben geboden zodanig dat de verhouding en samenwerking tussen de verschillende organen van De Gelderhorst, en daarmee de bestuurlijke rust, is hersteld en besluitvorming over een aantal urgente onderwerpen tot stand is gekomen althans zodanig is voorbereid dat op korte termijn tot besluitvorming kan worden gekomen. Zo zal per 1 maart 2017 een nieuwe bestuurder worden benoemd en zal [B] per 1 april 2017 met pensioen gaan, is de samenstelling van de raad van toezicht gewijzigd en heeft IGZ het door haar op 4 juli 2016 ingestelde verscherpte toezicht op De Gelderhorst bij besluit van 8 december 2016 opgeheven.
2.2
Nu partijen als gevolg van de hiervoor geschetste ontwikkelingen hebben verzocht het bij de beschikking van 4 juli 2016 bevolen onderzoek en de bij die beschikking getroffen onmiddellijke voorzieningen te beëindigen en de Ondernemingskamer overigens niet is gebleken van enig belang dat zich tegen beëindiging van het onderzoek en de onmiddellijke voorzieningen verzet, zal de Ondernemingskamer het verzoek inwilligen, een en ander als verzocht per 1 maart 2017.
2.3
Aan het bezoldigingsverzoek is het volgende ten grondslag gelegd. Bij aanvang van de werkzaamheden hebben Rijsdijk en Insinger aan De Gelderhorst laten weten een uurtarief van € 175 (exclusief btw) te hanteren. Bij het bezoldigingsverzoek is overgelegd een urenspecificatie van de door Rijsdijk verrichte werkzaamheden, over de periode van 4 juli tot en met 31 december 2016, die sluit op een totaalbedrag van € 17.675 (exclusief btw) voor 101 arbeidsuren. Daarvan heeft Rijsdijk na overleg met de accountant van De Gelderhorst tot op heden € 7.289 (exclusief btw) gefactureerd.
2.4
De Ondernemingskamer overweegt als volgt.
2.5
Op grond van het in artikel 2.2 van de Wet normering topinkomens (WNT) geformuleerde uitgangspunt en de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp bedraagt het bezoldigingsmaximum voor de voorzitter van de raad van toezicht bij een zorginstelling als De Gelderhorst in 2016 € 14.700 per kalenderjaar. Op grond van artikel 2.2 lid 1 laatste volzin WNT kan hiervan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden afgeweken, maar de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp biedt daarvoor geen uitzonderingsmogelijkheid. Voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking geldt op grond van artikel 2.1 lid 4 WNT jo artikel 4 van Pro het Uitvoeringsbesluit WNT een van het algemene maximum afwijkend bezoldigingsmaximum, te weten € 24.000 gemiddeld per kalendermaand (voor de duur van maximaal zes maanden), maar die uitzonderingsmogelijkheid is niet van toepassing verklaard op leden van de raad van toezicht van een zorginstelling.
2.6
De Ondernemingskamer oordeelt dat het, gelet op het bijzondere karakter van de functie van door de Ondernemingskamer in een enquêteprocedure benoemde voorzitter van de raad van toezicht, echter gerechtvaardigd is voor toekenning van een beloning aan een persoon in die functie aansluiting te zoeken bij de voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking geldende bezoldigingsmaxima. Een andere opvatting zou er toe leiden dat ernstig afbreuk kan worden gedaan aan de effectiviteit van onmiddellijke voorzieningen die de Ondernemingskamer nodig acht vanwege de toestand waarin de rechtspersoon zich ten tijde van het treffen van die voorzieningen bevindt. Voor de periode waarop het verzoek tot vaststelling van de vergoeding van Rijsdijk betrekking heeft geldt aldus een bezoldigingsmaximum van € 175 per uur met een maximum van € 24.000 gemiddeld per maand.
2.7
Het verzoek tot vaststelling van de vergoeding van Rijsdijk op in totaal € 17.675 (exclusief btw) voor de periode tot met 31 december 2016 berust op het genoemde uurtarief en blijft, gelet op het bestede aantal uren, ruimschoots binnen het genoemde maximum van € 24.000 gemiddeld per maand. De Ondernemingskamer neemt voorts in aanmerking hetgeen de betrokken partijen hebben opgemerkt over de omvang en het belang van de door Rijsdijk verrichte werkzaamheden (zie 1.7 en 1.8 hiervoor). Zij heeft, zo constateert de Ondernemingskamer, een belangrijke rol gespeeld bij het herstel van de verhoudingen binnen De Gelderhorst. Nu het bezoldigingsverzoek toereikend is toegelicht, daartegen geen bezwaar is gemaakt en de Ondernemingskamer het verzochte bedrag ook overigens niet onredelijk voorkomt, zal de Ondernemingskamer aan Rijsdijk de verzochte beloning toekennen.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
beëindigt per 1 maart 2017 het bij haar beschikking van 4 juli 2016 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van De Gelderhorst;
beëindigt per 1 maart 2017 de bij haar beschikking van 4 juli 2016 in deze zaak getroffen onmiddellijke voorzieningen;
stelt de beloning van Rijsdijk over de periode tot en met 31 december 2016 ten laste van De Gelderhorst vast op € 17.675 (exclusief btw);
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. P.R. Baart en prof. dr. mr. F. van der Wel RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. Wolfs op 28 februari 2017.