ECLI:NL:GHAMS:2017:956
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wijziging kinderalimentatie en draagkracht beoordeling in hoger beroep
In deze zaak staat de wijziging van de overeengekomen kinderalimentatie centraal. Partijen zijn ouders van een minderjarige en hebben een vaststellingsovereenkomst uit 2008 waarin alimentatie is vastgesteld. De man verzoekt om verlaging van de alimentatie, terwijl de vrouw dit betwist en stelt dat er geen overeenstemming is over verlaging.
Het hof beoordeelt de draagkracht van de man en de behoefte van het kind aan de hand van het netto besteedbaar gezinsinkomen ten tijde van de relatie en de huidige financiële situatie. Daarbij wordt rekening gehouden met de onderhoudsplicht jegens een ander kind en de zorgkorting. Het hof stelt vast dat de man vanaf 7 oktober 2015 een draagkracht heeft van €202 per maand en vanaf 1 april 2016 €219,12 per maand.
De vrouw heeft geen belang bij het verzoek tot vastlegging van betalingsachterstanden omdat zij geen nakoming van de vaststellingsovereenkomst heeft gevorderd. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en wijzigt de alimentatiebedragen overeenkomstig de berekeningen, met ingang van genoemde data. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De man moet vanaf 7 oktober 2015 €202 en vanaf 1 april 2016 €219,12 per maand kinderalimentatie betalen.