ECLI:NL:GHAMS:2018:1035
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep kort geding
- C.G. Kleene-Eijk
- H.A. van den Berg
- M.C. Schenkeveld
- Rechtspraak.nl
Herleven van huwelijkse voorwaarden bij hertrouwen en derdenbeslag onrechtmatig verklaard
De zaak betreft een geschil tussen [X] en ABN AMRO over derdenbeslag op het inkomen van [X] onder het UWV. [X] en [Y] waren oorspronkelijk gehuwd onder huwelijkse voorwaarden die waren ingeschreven. Na echtscheiding zijn zij opnieuw getrouwd, waarbij volgens [X] de huwelijkse voorwaarden herleefden. ABN AMRO legde beslag op het inkomen van [X] vanwege een openstaande schuld van [Y], maar stelde dat de voorwaarden niet herleefd waren omdat zij niet opnieuw waren ingeschreven.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen van [X] af omdat op het moment van beslaglegging geen inschrijving van de voorwaarden zichtbaar was in het register. Het hof oordeelt echter dat bij hertrouwen de huwelijkse voorwaarden van het eerste huwelijk herleven volgens artikel 1:166 BW Pro, zonder dat een nieuwe inschrijving vereist is. Het hof stelt vast dat uit een uittreksel blijkt dat de voorwaarden ten tijde van het beslag wel degelijk waren ingeschreven.
Daarmee was het beslag onrechtmatig en dient het te worden opgeheven. ABN AMRO wordt veroordeeld tot terugbetaling van de geïncasseerde gelden met wettelijke rente en in de proceskosten. Het arrest bevestigt dat herleefde huwelijkse voorwaarden tegen derden kunnen worden ingeroepen zonder nieuwe inschrijving, mits zij kenbaar zijn uit het register op het moment van beslaglegging.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en beveelt opheffing van het derdenbeslag en terugbetaling van de geïncasseerde gelden met wettelijke rente.