ECLI:NL:GHAMS:2018:1085
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid tante in verzoek tot omgang met neefje/nichtje afgewezen wegens ontbreken nauwe persoonlijke betrekking
De tante verzocht om een omgangsregeling met haar neefje en nichtje, doch werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard. In hoger beroep stelde zij dat er sprake was van een nauwe persoonlijke betrekking en dat haar recht op family life en private life volgens artikel 8 EVRM Pro was geschonden. Zij voerde aan intensief betrokken te zijn geweest bij de kinderen, onder meer door oppas, verzorging en aanwezigheid bij belangrijke momenten.
De moeder betwistte deze stellingen en stelde dat het contact beperkt was tot gebruikelijke familiecontacten zonder bijzondere band. Ook wees zij erop dat de kinderen geen contact meer wilden en dat de tante geen aanspraak kon maken op artikel 8 EVRM Pro zoals een biologische vader dat kan.
Het hof overwoog dat de contacten tussen tante en kinderen niet verder gingen dan normale familiecontacten en dat er onvoldoende bewijs was voor een nauwe persoonlijke betrekking of family life. Ook achtte het hof het recht op private life niet van toepassing op de tante, omdat hoge eisen gelden voor een familielid in de derde graad. Het verzoek werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof verklaart de tante niet-ontvankelijk in haar verzoek tot omgang en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.