ECLI:NL:GHAMS:2018:1177

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 april 2018
Publicatiedatum
11 april 2018
Zaaknummer
23-001933-17
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 27 SrArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep diefstal van bagage op luchthaven Schiphol

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter bevestigd inzake de diefstal van een tas op luchthaven Schiphol. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. Het hof achtte deze straf echter te hoog gezien de omstandigheden en het feit dat de verdachte niet eerder was veroordeeld.

De diefstal werd als ernstig beoordeeld vanwege het respectloze karakter ten opzichte van eigendomsrechten en de hinder die dergelijke feiten veroorzaken, vooral op een luchthaven. Het hof heeft daarom de straf verlaagd naar twee maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.

Het arrest is gewezen na behandeling van het hoger beroep en toepassing van artikel 310 van Pro het Wetboek van Strafrecht. De rest van het vonnis van de politierechter blijft ongewijzigd.

Uitkomst: Gevangenisstraf van twee maanden met aftrek van voorarrest opgelegd voor diefstal op luchthaven Schiphol.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001933-17
datum uitspraak: 9 april 2018
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 1 juni 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-048278-17 tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 maart 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de strafoplegging. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als in eerste aanleg is opgelegd.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een tas en daarmee laten zien geen respect te hebben voor het eigendomsrecht van anderen. Diefstal is een ergerlijk feit waarbij, naast eventuele schade, in de regel veel hinder en overlast wordt veroorzaakt. Dit geldt temeer voor diefstal van bagage van een passagier op een luchthaven.
Gelet op de straf die bij dergelijke feiten pleegt te worden opgelegd en in aanmerking genomen dat de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 14 maart 2018 in Nederland niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld, acht het hof de opgelegde straf in eerste aanleg te hoog. Het hof wijkt daarom naar beneden af van de door de politierechter opgelegde straf.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van twee maanden passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 310 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Dit wettelijke voorschrift wordt toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. M.J.A. Duker en mr. J. Piena, in tegenwoordigheid van R.L. Vermeulen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 april 2018.
De griffier is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
[…]