ECLI:NL:GHAMS:2018:118
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G. Boot
- R.J.F. Thiessen
- F.J. Verbeek
- Rechtspraak.nl
Beëindiging samenwerking zakelijk project niet onaanvaardbaar; geen ongerechtvaardigde verrijking
Appellante en geïntimeerde werkten samen aan een zakelijk project genaamd [eenmanszaak|B]. Appellante stelde dat er afspraken waren gemaakt over een winstaandeel van 15% en een management fee, en vorderde vergoeding voor haar tijdsinvestering en schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen en ongerechtvaardigde verrijking.
De rechtbank had geoordeeld dat de samenwerking rechtsgeldig was beëindigd door geïntimeerde en dat appellante onvoldoende had gesteld om aanspraak te maken op een winstaandeel of management fee. Ook werd de vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking afgewezen. Appellante ging in hoger beroep tegen dit oordeel.
Het hof bevestigde dat het voor geïntimeerde vrij stond de samenwerking te beëindigen, omdat er geen concreet en reëel uitzicht was dat het project succesvol zou worden. De reeds betaalde vergoeding van €10.000,- werd als voldoende beschouwd voor de tijdsinvestering van appellante. Ook werd onvoldoende onderbouwd dat geïntimeerde ongerechtvaardigd was verrijkt.
De grieven van appellante werden verworpen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd. Appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat het beëindigen van de samenwerking niet onaanvaardbaar was en wijst de vorderingen van appellante af.