ECLI:NL:GHAMS:2018:1187
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep wegens ontbreken ondertekening verzoekschrift op grond van artikelen 89 en 591a Sv
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland die hem niet-ontvankelijk verklaarde wegens het ontbreken van zijn handtekening onder het verzoekschrift op grond van artikelen 89 en 591a Sv. Het verzoekschrift betrof een vergoeding van €210,00 voor geleden schade en een forfaitaire vergoeding voor gemaakte rechtsbijstandskosten.
De advocaat van appellant stelde dat de rechtbank beschikte over een door appellant ondertekende verklaring waarin hij bevestigde kennis te hebben genomen van het verzoekschrift en akkoord te zijn met de inhoud. Deze verklaring was los van het verzoekschrift opgesteld en als bijlage bij de appelmemorie gevoegd.
Het hof oordeelt dat een verzoekschrift als bedoeld in de genoemde artikelen door de verzoeker zelf moet worden ondertekend. Een gebrek aan ondertekening kan alleen worden hersteld indien de verzoeker bij de behandeling van het verzoekschrift in eerste aanleg of hoger beroep in de openbare raadkamer verschijnt. Een aparte verklaring ter dekking van het verzuim is niet voldoende. Daarom wijst het hof het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen wegens het ontbreken van een geldige ondertekening van het verzoekschrift door appellant.