ECLI:NL:GHAMS:2018:1188

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
23 maart 2018
Publicatiedatum
11 april 2018
Zaaknummer
001497-17
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 591a SvArt. 9a SrArt. 90 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging

Verzoeker heeft bij het gerechtshof Amsterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 591a Sv tot vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in een strafzaak met parketnummer 23-000696-17. De strafzaak is beëindigd zonder oplegging van straf of maatregel, waarbij toepassing is gegeven aan artikel 9a Sr.

De kosten betreffen zowel vaste tarieven (fixed fee) als uurtarieven, omdat verzoeker in eerste aanleg en hoger beroep werd bijgestaan door mr. L. Palanciyan met een vast tarief en in cassatie en na terugwijzing door mr. G. Palanciyan met een uurtarief. Het hof acht deze kosten niet bovenmatig en ziet geen reden tot matiging zoals door de advocaat-generaal was voorgesteld.

Na schriftelijke behandeling en raadkamerzitting waarbij verzoeker en zijn advocaat niet verschenen, heeft het hof het verzoek toegekend. De vergoeding van €24.717,56 wordt uit de Rijkskas aan verzoeker toegekend en onverwijld betekend.

De beschikking is uitgesproken op 23 maart 2018 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, ondertekend door de voorzitter en griffier.

Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van €24.717,56 toe voor de gemaakte kosten rechtsbijstand.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer: 001497-17 (591a Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-000696-17
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,
mr. G. Palanciyan, [adres].

1.Inhoud van het verzoekschrift

Het verzoekschrift strekt tot het toekennen van een vergoeding op de voet van artikel 591a Sv ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand door mr. L. Palanciyan ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 12.705,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand door mr. L. Palanciyan ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 6.352,50;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand door mr. G. Palanciyan ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 3.801,96;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand door mr. G. Palanciyan ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 1.858,10.

2.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 26 oktober 2017 ingekomen.
Op 15 januari 2018 heeft de advocaat-generaal schriftelijk het standpunt ingenomen dat het verzoek op de voet van artikel 591a Sv gedeeltelijk kan worden toegewezen.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 9 maart 2018 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Met kennisgeving hiervan zijn verzoeker noch diens advocaat verschenen.

3.Beoordeling van het verzoekschrift

Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en onder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Ingevolge het bepaalde in artikel 90, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig tot toekenning van een vergoeding zoals verzocht. Voor matiging zoals door de advocaat-generaal is verzocht omdat in dit geval zowel volgens uurtarief is gewerkt als voor een zogeheten
fixed fee, ziet het hof geen grond. Door de raadsman is genoegzaam toegelicht dat dit verschil verband houdt met het feit dat verzoeker in eerste aanleg en hoger beroep is bijgestaan door mr. L. Palanciyan, waarbij een vast tarief is afgesproken en dat verzoeker in cassatie en – na terugwijzing – opnieuw bij het gerechtshof is bijgestaan door mr. G. Palanciyan, waarbij volgens uurtarief is gewerkt en gefactureerd. Nu het hof deze kosten voor rechtsbijstand niet bovenmatig acht, komen zij voor vergoeding in aanmerking.

4.Beslissing

Het hof :
Wijst het verzochte toe.
Kent op de voet van artikel 591a Sv uit ’s Rijks kas aan verzoeker een vergoeding toe van € 24.717,56 (vierentwintigduizend zevenhonderdzeventien euro en 56 cent).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, P.C. Römer en A.M. Ruige, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 23 maart 2018.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 24.717,56 (vierentwintigduizend zevenhonderdzeventien euro en 56 cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [naam].
Amsterdam, 23 maart 2018,
Mr. R.D. van Heffen, voorzitter.