ECLI:NL:GHAMS:2018:1189
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade door preventieve detentie en kosten rechtsbijstand afgewezen boven forfaitaire bedragen
Appellant verzocht op grond van artikel 89 Sv Pro om een vergoeding van €1.210,00 voor schade door preventieve detentie, waaronder €210 voor verblijf op het politiebureau en €1.000 voor immateriële schade door een politiehondbeet bij aanhouding. Tevens verzocht hij op grond van artikel 591a Sv om vergoeding van rechtsbijstandskosten.
De rechtbank kende de forfaitaire vergoeding toe, maar wees de aanvullende immateriële schade af omdat deze niet als rechtstreeks gevolg van de detentie kon worden aangemerkt en onvoldoende medisch was onderbouwd. Het hof bevestigde deze beoordeling en wees het meer dan forfaitaire verzoek af.
Het hof kende de forfaitaire vergoeding van €210 toe en verrekende dit met openstaande geldsommen aan de Staat. Daarnaast werd een forfaitaire vergoeding van €550 toegekend voor rechtsbijstandskosten. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd vanwege een andere verrekening door het hof.
De beslissing werd op 23 maart 2018 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam uitgesproken, waarbij de tenuitvoerlegging van de vergoedingen werd bevolen.
Uitkomst: Het hof kent een forfaitaire vergoeding toe voor preventieve detentie en rechtsbijstand, maar wijst aanvullende schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing.