ECLI:NL:GHAMS:2018:119
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering betaling zorgtoeslag op onjuist rekeningnummer, geen verjaring
In deze civiele zaak vordert appellante betaling van zorgtoeslag die jarenlang door de Belastingdienst is betaald op een bankrekeningnummer dat niet aan haar toebehoorde, maar aan een derde, [X]. De kantonrechter wees de vordering af, stellende dat de Belastingdienst bevrijdend had betaald op het door appellante opgegeven rekeningnummer en dat appellante niet tijdig had gereclameerd.
Het hof stelt vast dat de Belastingdienst niet heeft bewezen dat zij op redelijke gronden mocht aannemen dat de derde gerechtigd was tot de betalingen. Ook is niet vast te stellen hoe het rekeningnummer van de derde in het dossier is gekomen. De enkele jarenlange betaling op dat nummer is onvoldoende bewijs voor bevrijdende betaling volgens art. 6:34 lid 1 BW Pro.
Verder oordeelt het hof dat de vordering niet verjaard is omdat de verjaring is gestuit door de eerste schriftelijke aanspraak van appellante in 2014. De vordering wordt verminderd met reeds betaalde bedragen en onverschuldigde betalingen. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt de Belastingdienst tot betaling van €1.132, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 18 april 2014, en in de proceskosten van beide instanties. Het arrest is gewezen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2018.
Uitkomst: De Belastingdienst wordt veroordeeld tot betaling van €1.132 met wettelijke rente en in proceskosten.