ECLI:NL:GHAMS:2018:1193

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
23 maart 2018
Publicatiedatum
11 april 2018
Zaaknummer
000866-17
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 SvArt. 90 SvArt. 591a SvArt. 44 Wet op de rechtsbijstandArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vergoeding voorlopige hechtenis wegens criminele intentie verzoeker

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade op grond van artikel 89 Sv Pro vanwege verzekering en voorlopige hechtenis in een strafzaak. Tevens verzocht hij vergoeding van kosten rechtsbijstand op grond van artikel 591a Sv.

De feiten betreffen een aanhouding op 16 december 2013 wegens poging tot diefstal uit een woning waarbij verzoeker met een ladder en zaklantaarn werd gezien. Verzoeker gaf pas in eerste aanleg toe dat hij naar binnen wilde klimmen om wietplanten te stelen, maar vertrok toen hij die niet aantrof.

Het hof oordeelt dat gezien de criminele intentie, de omstandigheden van aanhouding en het aanvankelijk uitblijven van een verklaring, verzoeker de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis over zich heeft afgeroepen. Daarom ontbreken billijkheidsgronden voor vergoeding op grond van artikel 89 Sv Pro.

Voor het verzoek op grond van artikel 591a Sv wijst het hof de vergoeding van de eigen bijdrage af, omdat deze niet verschuldigd is bij het eindigen van de zaak zonder straf of maatregel. Wel kent het hof een forfaitaire vergoeding van €280 toe voor kosten rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure.

De beschikking is uitgesproken op 23 maart 2018 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding voorlopige hechtenis afgewezen, forfaitaire vergoeding voor kosten rechtsbijstand toegekend.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummers: 000867-17 (89 Sv) en 000866-17 (591a Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-004213-16
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 89 en Pro 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1975,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat,
mr. E.I.B. Hoffman, [adres].

1.Inhoud van het verzoekschrift

Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een vergoeding op de voet van artikel 89 Sv Pro, tot een bedrag van € 1.330,00, ter zake van schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering en voorlopige hechtenis in de strafzaak met voormeld parketnummer.
Het verzoekschrift strekt voorts tot het toekennen van een vergoeding op de voet van artikel 591a Sv ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 286,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 280,00.

2.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 16 juni 2017 ingekomen.
Op 26 juli 2017 heeft de advocaat-generaal schriftelijk het standpunt ingenomen dat het verzoek op de voet van artikel 89 Sv Pro moet worden afgewezen en dat het verzoek op de voet van artikel 591a Sv moet worden afgewezen voor zover het ziet op de eigen bijdrage en kan worden toegewezen voor zover het ziet op de kosten van rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 9 maart 2018 de advocaat-generaal ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoeker noch diens advocaat is verschenen.

3.Beoordeling van het verzoekschrift

Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en onder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 89 Sv Pro
Ingevolge het bepaalde in artikel 90, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Verzoeker is op 16 december 2013 aangehouden op verdenking van poging tot diefstal uit een woning aan de Ouderkerkerlaan 125 te Amstelveen. Door getuigen was aldaar waargenomen dat een man met een ladder aan kwam lopen, deze ladder tegen de woning zette en staande op de ladder met een zaklantaarn door een raam op de eerste verdieping naar binnen scheen. Na zijn aanhouding heeft verzoeker niet willen verklaren. Eerst ter terechtzitting in eerste aanleg heeft verzoeker een verklaring afgelegd en verklaard dat hij inderdaad een ladder tegen de woning had gezet en naar binnen had gekeken omdat hij naar binnen wilde klimmen om wietplanten te stelen, maar dat hij toen zag dat er - anders dan hij van een kennis had vernomen - geen wietplantage in de woning was, reden waarom hij zou zijn vertrokken.
Gelet op deze criminele intentie van verzoeker, op de omstandigheden waaronder verdachte is aangehouden en op het aanvankelijk uitblijven van een verklaring voor zijn aanwezigheid en handelen ter plaatse, is het hof van oordeel dat verzoeker de inverzekeringstelling en de voorlopige hechtenis over zich zelf heeft afgeroepen. Daarom zijn geen gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van de verzochte vergoeding.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 591a Sv
Ten aanzien van het verzoek strekkende tot toekenning van een vergoeding uit ’s Rijks kas betreffende de eigen bijdrage van de verzoeker aan de kosten van rechtsbijstand in eerste aanleg overweegt de voorzitter dat blijkens het bepaalde in artikel 44, tweede lid, van de Wet op de rechtsbijstand de eigen bijdrage van de verzoeker niet is verschuldigd, indien een zaak eindigt zonder de toepassing van een straf of maatregel dan wel zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. De rechtsbijstandverlener restitueert de eigen bijdrage aan de rechtzoekende, tenzij deze de eigen bijdrage nog niet heeft voldaan.
Derhalve kan de advocaat van de verzoeker bij de Raad voor de Rechtsbijstand ook nu nog en met terugwerkende kracht verzoeken om de eigen bijdrage van de verzoeker op nihil te stellen en bij (nieuwe) declaratie verzoeken om de eerder vastgestelde eigen bijdrage van de verzoeker niet op de vergoeding aan de advocaat in mindering te brengen.
Gelet op het voorgaande zal de voorzitter het verzoek op de voet van artikel 591a in zoverre afwijzen.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een forfaitaire vergoeding, zoals verzocht, ter zake van kosten rechtsbijstand ten behoeve van de onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 280,00.

4.Beslissing

Het hof :
Kent op de voet van artikel 591a Sv uit ’s Rijks kas aan verzoeker een vergoeding toe van € 280,00 (tweehonderdtachtig euro).
Wijst het anders of meer verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoeker.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, P.C. Römer en A.M. Ruige, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 23 maart 2018.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 280,00 (tweehonderdtachtig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [naam].
Amsterdam, 23 maart 2018,
Mr. R.D. van Heffen, voorzitter.