ECLI:NL:GHAMS:2018:1193
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding voorlopige hechtenis wegens criminele intentie verzoeker
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade op grond van artikel 89 Sv Pro vanwege verzekering en voorlopige hechtenis in een strafzaak. Tevens verzocht hij vergoeding van kosten rechtsbijstand op grond van artikel 591a Sv.
De feiten betreffen een aanhouding op 16 december 2013 wegens poging tot diefstal uit een woning waarbij verzoeker met een ladder en zaklantaarn werd gezien. Verzoeker gaf pas in eerste aanleg toe dat hij naar binnen wilde klimmen om wietplanten te stelen, maar vertrok toen hij die niet aantrof.
Het hof oordeelt dat gezien de criminele intentie, de omstandigheden van aanhouding en het aanvankelijk uitblijven van een verklaring, verzoeker de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis over zich heeft afgeroepen. Daarom ontbreken billijkheidsgronden voor vergoeding op grond van artikel 89 Sv Pro.
Voor het verzoek op grond van artikel 591a Sv wijst het hof de vergoeding van de eigen bijdrage af, omdat deze niet verschuldigd is bij het eindigen van de zaak zonder straf of maatregel. Wel kent het hof een forfaitaire vergoeding van €280 toe voor kosten rechtsbijstand in de verzoekschriftprocedure.
De beschikking is uitgesproken op 23 maart 2018 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding voorlopige hechtenis afgewezen, forfaitaire vergoeding voor kosten rechtsbijstand toegekend.