ECLI:NL:GHAMS:2018:1213
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis in hoger beroep inzake invoer verdovende middelen
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 10 april 2017, waarin verdachte werd veroordeeld voor invoer van verdovende middelen. Het hoger beroep vond plaats op 25 augustus 2017 en 21 maart 2018.
De advocaat-generaal vorderde bevestiging van het vonnis, terwijl de verdediging haar standpunten naar voren bracht. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd, met uitzondering van het schrappen van een zin onder de feiten waarin werd gesteld dat verdachte een mobiele telefoon in zijn hand had en iets aan een derde toonde.
Het hof overweegt verder dat de stelling van verdachte dat hij toevallig in contact kwam met een derde op Schiphol niet juist is, omdat camerabeelden aantonen dat de ontmoeting doelbewust was en in overeenstemming met een verklaring van die derde. Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 4 april 2018.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de rechtbank Noord-Holland inzake invoer van verdovende middelen met een kleine feitelijke aanpassing.