ECLI:NL:GHAMS:2018:1214

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
4 april 2018
Publicatiedatum
12 april 2018
Zaaknummer
23/002296-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 36f SrArt. 422 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis wegens verkrachting met toevoeging verklaring slachtoffer als bewijsmiddel

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 27 juni 2017 bevestigd. De verdachte werd veroordeeld voor het met geweld binnendringen van de vagina van het slachtoffer, waarbij sprake was van verkrachting.

Tijdens de behandeling in hoger beroep zijn op 21 maart 2018 de verklaringen van het slachtoffer als getuige toegevoegd aan het bewijsmateriaal. Het hof acht deze verklaringen betrouwbaar en consistent met eerdere verklaringen, waardoor het slachtoffer als geloofwaardig wordt beschouwd.

De advocaat-generaal had een gevangenisstraf van 30 maanden geëist, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en de oplegging van bijzondere voorwaarden uit het reclasseringsrapport. Tevens werd een schadevergoeding van €8.000,-- met wettelijke rente en een schadevergoedingsmaatregel gevorderd. Het hof bevestigde het vonnis en de opgelegde sancties, met inachtneming van de toevoeging van het bewijsmiddel.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de rechtbank en voegt de verklaring van het slachtoffer als bewijsmiddel toe.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002296-17
datum uitspraak: 4 april 2018
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 27 juni 2017 in de strafzaak onder parketnummer 15-700132-16 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,
thans gedetineerd in P.I. Lelystad te Lelystad.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
29 november 2017 (regie) en 21 maart 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals opgenomen in het reclasseringsrapport van 5 oktober 2017. Voorts heeft zij gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij, die ter terechtzitting in hoger beroep door de raadsvrouw van de benadeelde partij opnieuw is gedaan, zal worden toegewezen tot een bedrag van
€ 8.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof:
- de verklaring van aangeefster [slachtoffer] als getuige afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep toevoegt aan de bewijsmiddelen, nu deze verklaring op hoofdlijnen consistent is. Het hof acht daarom de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] betrouwbaar en daarmee aangeefster geloofwaardig.

Toevoeging van een bewijsmiddel

De verklaring van aangeefster, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep op 21 maart 2018.
Deze verklaring houdt, voor zover van belang en zakelijk weergegeven in:
Op 22 oktober 2015 was ik bij verdachte thuis te Broek op Langedijk, gemeente Langedijk, om onze dochter op te halen. We kregen ruzie. Hij heeft tegen mijn wil met geweld zijn penis en zijn vinger in mijn vagina ingebracht. Hij is klaargekomen. Hij is te sterk, ik kon niets doen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.M.H.P. Houben, mr. F.A. Hartsuiker en mr. R.D. van Heffen, in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
4 april 2018.
[…]