Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Stukken van het geding
3.Feiten
e-mailbericht van 20 maart 2016.
Gerechtshof Amsterdam
Klaagster had een klacht ingediend tegen een gerechtsdeurwaarder wegens het niet tijdig reageren op een e-mail en het leggen van loonbeslag ondanks een betalingsregeling. De kamer voor gerechtsdeurwaarders had de klacht deels gegrond verklaard en een berisping opgelegd.
In hoger beroep heeft het hof de feiten overgenomen zoals vastgesteld door de kamer en beoordeelde dat de gerechtsdeurwaarder tijdig had gereageerd binnen een redelijke termijn. Tevens was het loonbeslag niet opnieuw gelegd, maar hervat nadat klaagster weer ging werken, waardoor de beslaglegging niet onzorgvuldig was.
Het hof vernietigde de eerdere beslissing van de kamer en verklaarde beide klachtonderdelen ongegrond. De klacht over het niet tijdig reageren werd verworpen omdat de gerechtsdeurwaarder binnen veertien dagen had toegezegd te zullen reageren en dit ook deed. De klacht over het loonbeslag werd verworpen omdat het beslag voortvloeide uit een eerdere beslaglegging en de betalingsregeling was gebaseerd op het toenmalige inkomen van klaagster.
De gerechtsdeurwaarder had bovendien de eerste termijn van de betalingsregeling gerestitueerd. Klaagster was niet verschenen bij de zitting in hoger beroep. Het hof oordeelde dat de handelwijze van de gerechtsdeurwaarder niet onzorgvuldig was en gaf een nieuwe beslissing.
Uitkomst: Het hof verklaart beide klachtonderdelen ongegrond en vernietigt de eerdere beslissing die een berisping oplegde.