ECLI:NL:GHAMS:2018:1372
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt schending mededelingsplicht en verzekeringsfraude bij arbeidsongeschiktheidsverzekering
In deze zaak stond de arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) van [A] centraal, waarbij Aegon een wijziging in de eigen-risicotermijn in 2004 had doorgevoerd. Het hof oordeelde dat deze wijziging geen nieuwe verzekering vormde in de zin van artikel 251 K (oud).
Aegon voerde een persoonlijk onderzoek uit naar aanleiding van discrepanties tussen de door [A] opgegeven beperkingen en openbare publicaties en observaties die wezen op veel uitgebreidere fysieke activiteiten. Het hof stelde vast dat het feitenonderzoek onvoldoende uitsluitsel gaf en dat er een redelijke verdenking van verzekeringsfraude bestond. De inzet van het persoonlijk onderzoek werd als proportioneel en subsidiariteit beoordeeld.
Het hof concludeerde dat [A] bewust onjuiste en onvolledige informatie had verstrekt over zijn fysieke mogelijkheden en dagbesteding, met het doel een hogere uitkering te verkrijgen. Hierdoor werd de mededelingsplicht geschonden en verviel het recht op uitkering. De subsidiaire vordering van Aegon tot terugbetaling van onverschuldigde uitkeringen en kosten werd toegewezen, terwijl de primaire vordering werd afgewezen. De verzekering werd terecht beëindigd en de kosten werden aan [A] opgelegd.
Uitkomst: Verzekerde schond mededelingsplicht met opzet tot misleiding; verzekering terecht beëindigd en terugbetaling van €107.164,79 toegewezen.