ECLI:NL:GHAMS:2018:1434
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging strafrechtelijke veroordeling ondanks onrechtmatige smartphone-onderzoek
De verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van de invoer van verdovende middelen en kreeg een gevangenisstraf van 30 maanden opgelegd. In hoger beroep stelde de verdediging dat het onderzoek aan de smartphones van de verdachte zonder voorafgaande toestemming van de officier van justitie een onherstelbaar vormverzuim opleverde, waardoor bewijsuitsluiting en vrijspraak zouden moeten volgen.
Het hof stelde vast dat het onderzoek aan de smartphones inderdaad een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte betekende en dat dit zonder de vereiste toestemming was verricht, wat een schending van artikel 8 EVRM Pro inhoudt. Desondanks werd het vormverzuim beperkt tot een constatering, omdat de verdediging het nadeel niet concreet had gemaakt en de opsporingsambtenaren te goeder trouw hadden gehandeld.
Daarnaast achtte het hof aannemelijk dat de officier van justitie toestemming zou hebben verleend voor het onderzoek indien daarom was gevraagd. Het hof zag daarom geen aanleiding tot bewijsuitsluiting of strafvermindering en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De straf van 30 maanden gevangenisstraf bleef ongewijzigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling tot 30 maanden gevangenisstraf ondanks het vormverzuim bij het smartphone-onderzoek.