In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor diefstal van brandstof, gepleegd in meerdere gevallen binnen een periode van twee maanden. De politierechter had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken en had een schadevergoeding van €55,15 aan de benadeelde partij toegewezen.
Het gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis van de politierechter in hoger beroep heroverwogen. Hoewel het hof zich verenigt met de bewezenverklaring, acht het de opgelegde straf onvoldoende gelet op de ernst van de feiten en de recidive van de verdachte. De verdachte had zich in korte tijd aan vijf diefstallen schuldig gemaakt en was eerder onherroepelijk veroordeeld voor winkeldiefstallen.
Het hof heeft daarom de straf verhoogd naar vijf weken gevangenisstraf. Tevens heeft het hof de schadevergoeding aan de benadeelde partij bevestigd en de wettelijke rente vastgesteld vanaf de datum van het eerste bewezenverklaarde feit, 23 juli 2015. De schadevergoedingsmaatregel wordt niet opgelegd omdat de benadeelde partij geacht wordt de schade zelf te kunnen incasseren.
De overige onderdelen van het vonnis van de politierechter blijven ongewijzigd. Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 april 2018.