ECLI:NL:GHAMS:2018:1475
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging agentuurovereenkomst en contractovername met toewijzing van commissievorderingen
In deze zaak staat centraal de vraag of Euphony Nederland de rechten en verplichtingen uit de agentuurovereenkomst met [geïntimeerde] heeft overgenomen en of de overeenkomst als agentuurovereenkomst kan worden gekwalificeerd. [geïntimeerde] vordert betaling van achterstallige commissies en schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging.
Het hof stelt vast dat de notariële akten van inbreng voldoende zijn om de contractovername aan te nemen en dat [geïntimeerde] medewerking heeft verleend, gelet op de betaling van commissies door Euphony Nederland. De grieven van Euphony c.s. falen ook ten aanzien van de hoofdelijke aansprakelijkheid en de kwalificatie van de overeenkomst als agentuurovereenkomst.
Verder oordeelt het hof dat de brief van 15 mei 2014 door [geïntimeerde] als opzegging mocht worden opgevat en dat de kantonrechter terecht de schade heeft vastgesteld op basis van gemiste gemiddelde commissie. De overige grieven over verjaring, dubbele posten en bewijsvoering worden verworpen.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter, veroordeelt Euphony c.s. hoofdelijk in de kosten van het principaal hoger beroep en [geïntimeerde] in de kosten van het incidenteel hoger beroep, en wijst het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt Euphony c.s. tot betaling van de gevorderde commissies en kosten.