ECLI:NL:GHAMS:2018:1538

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
23 maart 2018
Publicatiedatum
3 mei 2018
Zaaknummer
23-002137-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 SvArt. 588 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Oproeping in hoger beroep nietig wegens gebrekkige betekening aan verdachte in buitenland

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen een vonnis van de politierechter. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep is vastgesteld dat de oproeping aan de verdachte niet op de voorgeschreven wijze is betekend. De verdachte is niet gedetineerd, staat niet ingeschreven in de Nederlandse basisadministratie en heeft een bekend adres in Roemenië.

De akte van betekening toont aan dat de oproeping alleen aan de griffie van de rechtbank Amsterdam is uitgereikt en niet naar het buitenlandse adres van de verdachte is verzonden. Hierdoor voldoet de oproeping niet aan artikel 588 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Omdat de verdachte niet is verschenen op de terechtzitting in hoger beroep, verklaart het hof de oproeping nietig.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 29 maart 2018. De nietigheid van de oproeping betekent dat het hoger beroep niet ontvankelijk is wegens procedurele gebreken.

Uitkomst: De oproeping in hoger beroep is nietig verklaard wegens gebrekkige betekening, waardoor het hoger beroep niet ontvankelijk is.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 23-002137-17
Datum uitspraak: 29 maart 2018
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van
de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 14 juni 2017 in de strafzaak onder parketnummer
13-701906-17 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
woon- of verblijfadres: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
29 maart 2018 en overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de gemachtigd raadsman naar voren heeft gebracht.

Geldigheid van de oproeping in hoger beroep

Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de betekening van de oproeping aan de verdachte om op die terechtzitting te verschijnen niet heeft plaatsgevonden overeenkomstig de voorschriften van artikel 588 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
De verdachte is niet gedetineerd, hij staat niet als ingezetene ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens en van hem is geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend.
Blijkens de ID-staat op pagina 35 van het procesdossier is een adres van de verdachte in het buitenland bekend, te weten Strada Romană 37, bl.N1 sc.B parter ap.4 te Iaşi (Roemenië).
Uit de door de advocaat- generaal overgelegde akte van betekening volgt dat de oproeping in hoger beroep voor de terechtzitting van 29 maart 2018 is uitgereikt aan de griffie van de rechtbank in Amsterdam. Uit de akte van betekening blijkt niet dat de oproeping (tevens) naar genoemd adres in Roemenië is uitgegaan.
De oproeping van de verdachte om ter terechtzitting in hoger beroep te verschijnen is dus niet op de bij de wet voorgeschreven wijze betekend en dient op grond daarvan, nu de verdachte ook niet ter terechtzitting in hoger beroep is verschenen, nietig te worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de oproeping in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.M.C. Tilleman, mr. F.M.D. Aardema en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. A. Stronkhorst, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 maart 2018.