ECLI:NL:GHAMS:2018:1556
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens ontbreken grieven en verschijning
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam. Verdachte en zijn raadsvrouw verschenen niet op de terechtzittingen, waarbij de raadsvrouw telefonisch aangaf niet gemachtigd te zijn om verdachte te verdedigen. Er zijn geen schriftelijke grieven ingediend door of namens verdachte.
De telefonische mededeling van de raadsvrouw over de reden van het hoger beroep, namelijk de strafmaat, werd niet aangemerkt als het mondeling opgeven van bezwaren zoals vereist volgens artikel 416, eerste lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. Er was geen sprake van een rechtens te respecteren belang dat een onderzoek van de zaak rechtvaardigde.
Daarom verklaarde het hof verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, Sv. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 april 2018. Mr. Van Woensel was buiten staat het arrest te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van grieven en niet verschijnen.