ECLI:NL:GHAMS:2018:157
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing kinderen wegens onvoldoende opvoedvaardigheden ouders
De ouders zijn gehuwd en hebben twee minderjarige kinderen geboren in 2013 en 2016. Na melding van de gecertificeerde instelling (GI) en onderzoek door de raad voor de kinderbescherming, zijn de kinderen onder toezicht gesteld en is een machtiging tot uithuisplaatsing verleend wegens ernstige zorgen over de opvoedsituatie.
De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de uithuisplaatsing, stellende dat de zorgen alleen betrekking hadden op één kind en niet op hun opvoedvaardigheden. De GI en raad voerden aan dat de ouders onvoldoende hebben geprofiteerd van hulpverlening, dat er een ontwikkelingsachterstand en emotionele onveiligheid bij de kinderen bestaat, en dat het onrustige gedrag van de vader spanning veroorzaakt.
Het hof overwoog dat ondanks enige vooruitgang, de ouders nog onvoldoende aansluiten bij de behoeften van de kinderen en dat het NIKA-traject noodzakelijk is om hechtingsproblemen te verbeteren. Ook is behandeling voor agressieregulatie bij de vader nodig. De gronden voor uithuisplaatsing zijn nog steeds aanwezig.
Daarom bekrachtigt het hof de bestreden beschikking tot uithuisplaatsing van de kinderen. De GI blijft betrokken en een mogelijke overdracht naar de William Schrikker Groep wordt voorbereid voor betere aansluiting bij de ouders.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot uithuisplaatsing van de kinderen wegens onvoldoende aansluiting van de ouders bij de opvoedbehoeften.