ECLI:NL:GHAMS:2018:1671
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- D. Kingma
- A.M. van Amsterdam
- R.M. Steinhaus
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheren in geschil over huwelijkse voorwaarden
In deze zaak verzocht verzoekster wraking van drie raadsheren van het gerechtshof Den Haag, omdat zij meende dat de afwijzing van haar uitstelverzoek voor een pleidooizitting op 16 februari 2018 zodanig onbegrijpelijk was dat dit de schijn van vooringenomenheid wekte.
De hoofdzaak betreft een geschil over de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden, waarbij verzoekster in hoger beroep was gekomen tegen een afwijzend vonnis van de rechtbank. Verzoekster was op de zitting zonder advocaat verschenen en vroeg uitstel wegens het ontbreken van rechtsbijstand, wat door het hof werd afgewezen. Hiertegen werd wraking ingesteld.
Het hof overwoog dat wraking niet kan worden gebruikt als middel tegen onwelgevallige beslissingen en dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die een gegronde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. Hoewel de communicatie tussen partijen en het hof niet altijd duidelijk was en verzoekster weinig flexibiliteit toonde, was de beslissing tot afwijzing van het uitstelverzoek niet zo onbegrijpelijk dat deze door vooringenomenheid werd ingegeven.
Daarom werd het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en de procedure voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.