De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het rijden onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte van 685 microgram per liter, terwijl hij nog geen vijf jaar in het bezit was van zijn rijbewijs. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en verklaarde wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte op 5 mei 2016 in Haarlem een personenauto bestuurde onder invloed van een aanzienlijke hoeveelheid alcohol. De verdachte bracht met zijn gedrag de veiligheid van zichzelf en anderen in gevaar, onder meer door slingeren, hard rijden en door rood licht rijden.
De raadsman verzocht om een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid en betaling van de geldboete in termijnen vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, die zijn auto dringend nodig heeft voor zijn werk. Het hof zag hiervoor geen aanleiding en bevestigde de opgelegde strafmaat: een geldboete van €750,-, 15 dagen hechtenis bij niet-betaling en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor 6 maanden met aftrek van eerder in beslag genomen tijd.
De straf is opgelegd conform de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het is begaan, waarbij rekening is gehouden met de persoon en draagkracht van de verdachte. Het arrest werd uitgesproken op 29 mei 2018 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.