ECLI:NL:GHAMS:2018:173
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing klacht gerechtsdeurwaarder
Klaagster heeft een klacht ingediend bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders tegen een gerechtsdeurwaarder. De plaatsvervangend voorzitter van deze kamer heeft de klacht afgewezen als kennelijk ongegrond. Klaagster is vervolgens in hoger beroep gekomen tegen deze beslissing.
Het hof heeft beoordeeld of het hoger beroep ontvankelijk is. Volgens artikel 39 lid 2 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet kan tegen de beslissing van de voorzitter van de kamer tot afwijzing van een klacht alleen binnen veertien dagen na verzending van de kennisgeving schriftelijk verzet worden gedaan bij de kamer zelf. Tegen deze beslissing staat geen ander rechtsmiddel open.
Daarom oordeelt het hof dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep. De zaak is behandeld zonder dat partijen verschenen. Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee de afwijzing van de klacht door de plaatsvervangend voorzitter van de kamer.
Uitkomst: Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de afwijzing van haar klacht.