Uitspraak
De feiten en de rechtsgang
.Het hof heeft voorts kennisgenomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en van het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 13 april 2018.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het verzoek van de verdachte tot opheffing dan wel schorsing van zijn voorlopige hechtenis. De verdachte werd verdacht van een ernstig feit en er was reeds een veroordelend vonnis uitgesproken door de rechtbank Noord-Holland. Het hof overwoog dat deze omstandigheden de geschokte rechtsorde versterken en daarom geen aanleiding geven om de voorlopige hechtenis op te heffen.
Het hof stelde dat schorsing van de voorlopige hechtenis alleen mogelijk is bij zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden, waarvan in deze zaak geen sprake was. De enkele omstandigheid dat de verdachte alleen zorg draagt voor een minderjarig kind werd niet als zodanig aangemerkt. De advocaat-generaal vorderde bovendien dat de recidivegrond aan de voorlopige hechtenis ten grondslag wordt gelegd, maar het hof zag hiervoor geen aanleiding.
De beslissing van het hof luidde derhalve tot afwijzing van zowel het verzoek tot opheffing als tot schorsing van de voorlopige hechtenis. De beschikking werd gegeven op 2 mei 2018 in raadkamer door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing en schorsing van voorlopige hechtenis wordt afgewezen omdat zorg voor minderjarig kind geen zeer bijzondere persoonlijke omstandigheid is.