ECLI:NL:GHAMS:2018:178
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beslissing kamer gerechtsdeurwaarders
Appellant diende een beroepschrift in tegen een beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam, waarin het verzet van appellant tegen een eerdere beschikking als ongegrond werd verklaard. De kamer had het verzet van appellant tegen de afwijzing van zijn klacht tegen de gerechtsdeurwaarder ongegrond verklaard.
Het hof heeft de stukken van het geding bestudeerd en de ontvankelijkheid van appellant in hoger beroep beoordeeld. Op grond van artikel 39, lid 4, van de Gerechtsdeurwaarderswet staat tegen de beslissing van de kamer op het verzet geen rechtsmiddel open, tenzij een fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden, wat niet is gesteld of gebleken.
Daarom verklaart het hof appellant niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer. De uitspraak is gedaan door de rolraadsheer namens het hof, in aanwezigheid van de raadsheren J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer gerechtsdeurwaarders.